Van de Schijn naar het Handelen: Een Samenspraak over Pragmatisme, Moraliteitszucht en de Moderne Macht

Is mijn pragmatische blik voor mij de reden dat ik weinig geduld heb voor het politieke en maatschappelijke debat waarin moralisme vaak de overhand heeft?

Dat is de vraag die mij bezighoudt wanneer ik naar het hedendaagse Europese toneel kijk. Een samenleving mag immers gerust hoge morele doelen hebben—ons streven naar vrede, vrijheid en rechtvaardigheid is niet waardeloos. Het probleem ontstaat pas wanneer zij haar eigen afhankelijkheden, belangen en machtsverhoudingen straal negeert omdat die niet passen binnen haar eigen verheven zelfbeeld. Men wil de morele winst incasseren, maar weigert de harde investeringen te doen om die waarden te schragen.

Het is een schouwspel dat doordrenkt is van een eigenaardige ziekte: de drang om de wereld de maat te nemen vanaf een denkbeeldige ethische hoogte, terwijl de eigen voeten diep in de modder van de afhankelijkheid staan.

Neem de reactie van de Europese Unie op het fenomeen Elon Musk en zijn Starlink-netwerk. Aan de ene kant haast men zich om regels te dicteren, boetes uit te delen onder de vlag van de Digital Services Act en met een beslist gelaat te waarschuwen voor de gevaren van private macht. Maar zodra de grond onder de voeten wegzakt en de feitelijke nood aan de man is—zoals in het strijdperk van Oekraïne—verandert het gestrenge gelaat in een geopende hand. Men smeekt om de technologie die men kort daarvoor nog wenste te beteugelen.

Zoals de heer JD Vance scherp observeerde: men wil de tuchtmeester spelen over de middelen van een ander, maar eist tegelijkertijd het recht op om door diezelfde middelen gered te worden.

Toen ik mijn gedachten hierover de vrije loop liet, schoot mij de grote François de La Rochefoucauld te binnen, die schreef dat hypocrisie de tol is die de ondeugd betaalt aan de deugd. Het is het masker dat men opzet om de eigen machteloosheid te verhullen. Maar naarmate ik er langer over nadenk, zie ik dat het probleem dieper snijdt. Het gaat om wat Søren Kierkegaard de dubbelzinnigheid van de wil noemde: een innerlijke verdeeldheid waarbij men stellig beweert de hoogste idealen te dienen, maar ondertussen gedreven wordt door naakt eigenbelang en pragmatische noodzaak.

Het is de tragedie van onze tijd dat Europa enerzijds de morele trom roert, maar via de achterdeur Russische olie blijft importeren om de eigen kachels brandend te houden. Men legt de eigen industrie strenge milieueisen op, om vervolgens de vervuilende productie simpelweg te verplaatsen naar landen waar men het niet ziet, en importeert de goederen met een gerust geweten.

Nu moet ik eerlijk zijn: ook ik, met al mijn koele pragmatisme, ben geen heilige. Hoe makkelijk is het niet om mezelf boven dit verheven theater te plaatsen en tevreden vast te stellen dat ik tenminste realistisch ben? Ook de pragmatist kent zijn eigen, subtiele vorm van hypocrisie: doen alsof je doordrongen bent van pure rationaliteit, terwijl je stiekem gewoon je eigen gemak dient of je eigen gelijk wil halen. Het is verdomd comfortabel om vanaf de zijlijn te roepen dat anderen "in een illusie leven", terwijl je zelf ook graag gebruikmaakt van de welvaart en stabiliteit die diezelfde idealisten voor je hebben opgebouwd.

Hier haakt de geest van Michel de Montaigne op in. In zijn Essais herinnerde hij ons er immers aan hoe feilbaar ons eigen oordeel is, juist wanneer we denken dat we het doorzien hebben. Montaigne schreef met droge zelfspot: "Op de hoogste troon ter wereld zitten we nog steeds op ons eigen achterste." En dat geldt net zo goed voor de pragmatist op zijn zelfgekozen troon van nuchterheid.

De Europese leiders doen alsof zij vanaf een verheven verhevenheid spreken, maar zijn onderworpen aan dezelfde wetten van schaarste, macht en technologie als ieder ander. Wanneer een maatschappij haar beleid bouwt op mooie verhalen in plaats van op de rauwe feiten van energiezekerheid en defensie, is het instorten van de fassade slechts een kwestie van tijd.

Het ongeduld dat ik voel bij het huidige debat is dan ook geen arrogantie, maar een verlangen naar intellectuele eerlijkheid. Nietzsche waarschuwde al dat niemand zoveel liegt als de verontwaardigde. Wie zijn tijd verdoet met het luidkeels veroordelen van de werkelijkheid, vergeet hoe hij er effectief in moet handelen.

Laat ons daarom de maskers afzetten—zowel de maskers van de moralistische politici als die van de al te zelfverzekerde pragmatist. Pas wanneer we onze eigen zwakheden, afhankelijkheden en belangen eerlijk onder ogen durven te zien, kunnen we komen tot een beleid dat niet rust op de losse schroeven van de schijn, maar op het vaste fundament van de werkelijkheid.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Van Systeemdwang naar Burgerzorg: Hoe AI, Holochain en Eigen Regie de Gezondheidszorg Hervormen

The Transformation of the Self: From the Knowledge Economy to the Relationship Economy and Data Sovereignty

Be water.