Een geopolitieke patstelling: Over de prijs van onze principes en de kunst van het rekken

Wanneer ik de berichten over deze Oorlog gadesla, zie ik hoe snel de mens verstrikt raakt in de kille algebra van cijfers, diplomatieke verklaringen en militaire berekeningen. Wanneer het publieke debat zich uitsluitend fixeert op miljarden aan steunpakketten of op de gezwollen taal van staatslieden, ontstaat het risico dat we de werkelijke mechanismen achter dit conflict uit het oog verliezen. Een nadere beschouwing van de huidige dynamiek legt een dieperliggend patroon bloot: een strijd die zich aan het front in belangrijke mate heeft vastgezet, terwijl op het internationale toneel de druk steeds verder wordt opgevoerd.


Misschien is juist dat het ongemakkelijke van deze oorlog: niemand lijkt over een beslissende oplossing te beschikken, maar iedereen handelt alsof nog een ronde van inspanning, nog een pakket wapens, nog een hoeveelheid geld of nog een verschuiving in de internationale verhoudingen uiteindelijk het verschil zal maken. Misschien is dat zo. Maar misschien kopen wij daarmee vooral tijd.


De verschuiving naar druk en framing


Het valt mij op dat de wijze waarop men de noodzaak tot steun beargumenteert, een merkwaardige gedaanteverwisseling heeft ondergaan. Waar het discours in de beginfase hoofdzakelijk werd ingegeven door verheven waarden als solidariteit, democratie en de internationale rechtsorde, zien we nu steeds vaker een kille wending naar pragmatiek en eigen belang.


Wanneer leiders ons waarschuwen dat bij een militaire ineenstorting tientallen miljoenen vluchtelingen onze grenzen zouden kunnen overspoelen, haken zij rechtstreeks aan op enkele van de intiemste angsten binnen de Europese binnenlandse politiek: de vrees voor migratiedruk, het verlies van maatschappelijke draagkracht en de stijgende kosten van het eigen bestaan. Door het overleven van de Oekraïense staat te koppelen aan het voorkomen van een grootschalige maatschappelijke crisis aan ons eigen erf, verandert het narratief gedeeltelijk van barmhartigheid naar een vorm van noodzaak.


Dat hoeft op zichzelf geen manipulatie te betekenen. Het is immers niet onredelijk om rekening te houden met de mogelijke gevolgen van een militaire nederlaag of verdere destabilisering van Oekraïne. Maar wanneer uitzonderlijke scenario's als vrijwel onvermijdelijke toekomstbeelden worden gepresenteerd, moeten we ons afvragen waar de eerlijke risicoanalyse ophoudt en de politieke druk begint.


Kijken we met een nuchtere blik naar de demografische feiten — naar het daadwerkelijke aantal mensen dat op dit moment nog op het door Kyiv gecontroleerde gebied verblijft — dan roepen beelden van twintig miljoen vluchtelingen op zijn minst vragen op. Het precieze aantal is bovendien afhankelijk van aannames over de omvang van de bevolking, het verloop van de oorlog, het gedrag van burgers en de mate waarin mensen binnen Oekraïne zelf zouden blijven of naar andere landen zouden vertrekken. Juist daarom verdient een dergelijk getal meer uitleg dan een politieke oneliner doorgaans geeft.


Wanneer mogelijke scenario's op zo'n buitenproportionele wijze worden opgeblazen, bestaat het risico dat men het pad van de nuchtere risicoanalyse verlaat en dat van de berekende intimidatie betreedt. Ik zeg daarmee niet dat iedere waarschuwing voor een nieuwe vluchtelingenstroom bewust wordt overdreven. Dat zou opnieuw een te gemakkelijke verklaring zijn. Het gaat mij om iets subtielers: de menselijke natuur heeft de neiging om, naarmate vermoeidheid toeslaat en natuurlijk mededogen slijt, de inzet van de angst steeds hoger te maken om de bereidheid tot offers in stand te houden.


Misschien is dat wel een van de oudste politieke mechanismen die er bestaan. Eerst vraagt men ons iets uit mededogen, daarna uit solidariteit, vervolgens uit eigenbelang en uiteindelijk uit angst. Het doel blijft hetzelfde, maar het argument verandert.


De militaire realiteit op de grond


Dat men zijn toevlucht zo zoetjesaan zoekt tot zulke drukmiddelen, kan mede worden gezien als een rechtstreeks gevolg van de moeilijkheid om op het slagveld zelf een beslissende doorbraak te forceren. Men bevindt zich op een schaakbord waarop de posities in belangrijke mate zijn gestold. Met behulp van westerse subsidies, wapens en technologie heeft Oekraïne de aard van de strijd mede veranderd in een asymmetrische, sterk door drones ondersteunde vorm van oorlogvoering. Door de alomtegenwoordigheid van relatief goedkope drones, sensoren en elektronische middelen is de frontlijn steeds transparanter geworden. Grote bewegingen van troepen en gepantserde colonnes zijn daardoor veel moeilijker onopgemerkt uit te voeren dan in vroegere oorlogen.


Elk initiatief om met grote troepenmachten of gepantserde formaties op te rukken, kan daardoor snel worden waargenomen en bestreden. Dat betekent niet dat offensieve operaties onmogelijk zijn, maar wel dat zij tegen zeer hoge kosten en onder uitzonderlijk moeilijke omstandigheden moeten worden uitgevoerd. De oorlog heeft daarmee een karakter gekregen waarin technologische waarneming, artillerie, drones, mijnen, logistiek en uitputtingsvermogen vaak belangrijker lijken dan de spectaculaire manoeuvres waarop vroegere militaire analyses zo graag waren gebaseerd.


Aan de andere kant blijkt ook de Russische gigant niet in staat te zijn geweest een beslissende genadeslag toe te brengen. De verwachting dat Moskou nog ergens een geheim, superieur leger achter de hand zou hebben, lijkt voor wie de oorlog in de afgelopen jaren heeft gevolgd steeds moeilijker vol te houden. Tegelijkertijd zou het evenzeer te eenvoudig zijn om de Russische militaire macht als uitgeput of irrelevant af te schrijven. Rusland beschikt nog altijd over aanzienlijke menselijke, industriële en materiële middelen en heeft laten zien bereid te zijn grote offers te aanvaarden om zijn oorlogsdoelen na te streven.


Het gebruik van ouder materieel uit Sovjetvoorraden kan daarom op twee manieren worden gelezen. Het kan een teken zijn van slijtage en materiële schaarste, maar het kan ook een rationele keuze zijn in een oorlog waarin mensen, materieel en tijd op een andere manier tegen elkaar worden afgewogen dan wij vanuit vredestijd gewend zijn. Niet iedere oude tank is een bewijs van zwakte; maar evenmin is het bestaan van grote voorraden een bewijs van een verborgen strategische reserve die op een dag plotseling het tij kan keren.


Wel beschikt het Kremlin over zijn ultieme strategische troefkaart: de schaduw van zijn kernarsenaal. De nucleaire capaciteit van Rusland weerhoudt het Westen er in belangrijke mate van om rechtstreeks oorlog te voeren met Russische strijdkrachten. Dat betekent niet dat Rusland daardoor vrij spel heeft, maar het creëert wel een grens waarbinnen de westerse steun moet blijven opereren. De mogelijkheid van directe escalatie met een nucleaire macht vormt daarmee een structurele beperking op wat het Westen bereid is te doen.


Zo bevinden beide partijen zich in wat men een 'patiencefase' zou kunnen noemen — een fase waarin men niet alleen probeert terrein te winnen, maar vooral tijd probeert te winnen. Men gokt op de klok. Kyiv rekt de strijd in de hoop dat de internationale omstandigheden, politieke verhoudingen of toekomstige verkiezingen opnieuw gunstiger kunnen worden. Moskou wacht op zijn beurt op de mogelijkheid dat de westerse bereidheid om geld, wapens en politieke energie te blijven leveren uiteindelijk afneemt.


Dat is geen zekerheid. Het is een gok die beide partijen maken.


En daarin schuilt misschien de ware patstelling. Niet dat niemand meer kan winnen, maar dat beide partijen nog altijd redenen hebben om te geloven dat wachten voordeliger kan zijn dan toegeven.


Het conflict zit daardoor gevangen in een houdgreep; bij gebrek aan goede opties resteert vooralsnog het pappen en nathouden. Het merkwaardige is dat een dergelijke strategie van uitstel op korte termijn rationeel kan lijken, terwijl zij op lange termijn juist de prijs kan verhogen.


De diplomatieke uitweg: Wat is ons het voeden waard?


Hier stuiten we op de eigenlijke kern van de zaak, een kwestie die mij doet denken aan het eeuwenoude Salomonsoordeel. Want laten we eerlijk zijn tegen onszelf: deze Oorlog zou zonder de geldstromen, wapens en technologie van het Westen waarschijnlijk een andere vorm hebben aangenomen. In die zin houden wij het Oekraïense vermogen om weerstand te bieden mede in stand. Maar het zou evenzeer onjuist zijn om daaruit te concluderen dat het Westen daarom eenvoudigweg verantwoordelijk is voor het voortduren van de oorlog. Rusland beschikt immers over een eigen politieke wil, eigen militaire middelen en eigen oorlogsdoelen.


Toch blijft de ongemakkelijke vraag overeind.


Wat is het ons waard om deze Oorlog te blijven voeden?


Is het ons doel om de principes van soevereiniteit en territoriale integriteit onverkort te handhaven, ongeacht de prijs? Of is het de taak van het verstand om te erkennen dat er een moment kan komen waarop de kosten — in levens, middelen, economische draagkracht en maatschappelijke samenhang — de bereidheid om de strijd voort te zetten overstijgen?


Ik schrijf dit niet omdat principes waardeloos zouden zijn. Integendeel. Juist omdat principes waarde hebben, moeten wij nadenken over de prijs die wij bereid zijn ervoor te betalen. Een principe dat alleen bestaat zolang het niets kost, is nauwelijks een principe te noemen. Maar het omgekeerde is even gevaarlijk: een principe kan zo heilig worden verklaard dat iedere prijs ervoor automatisch gerechtvaardigd lijkt.


Daarin schuilt de menselijke dwaasheid.


Wij zijn geneigd onze morele overtuigingen te beoordelen aan de hand van de nobelheid van het doel, maar veel minder graag aan de hand van de gevolgen van onze middelen. Wij zeggen dat wij voor vrede vechten, en kunnen vervolgens jarenlang een oorlog ondersteunen omdat het alternatief ons moreel onverdraaglijk voorkomt. Misschien is dat soms noodzakelijk. Maar misschien kan het ook een manier zijn om de moeilijke beslissing voor ons uit te schuiven.


Als een militaire overwinning voor geen van beide partijen op afzienbare termijn realistisch blijkt, verschuift de sleutel tot het beëindigen van het leed onherroepelijk van het slagveld naar de onderhandelingstafel. Dat betekent niet dat onderhandelen automatisch vrede brengt, en evenmin dat iedere grens die op het slagveld ontstaat daarom rechtmatig of permanent moet worden verklaard. Het betekent slechts dat oorlog uiteindelijk altijd ergens in politiek moet worden vertaald.


Het doorbreken van de patstelling vereist daarom dat wij de moed opbrengen om onze strategie opnieuw te onderzoeken. Een mogelijke uitweg ligt in het bieden van robuuste en langdurige veiligheidsgaranties aan Kyiv — een geloofwaardig schild voor wat behouden is — in ruil voor een pragmatische, zij het pijnlijke, aanvaarding van een deel van de geografische realiteit die op de grond is ontstaan.


Dat is geen vanzelfsprekendheid en zeker geen eenvoudige oplossing. De moeilijkste vraag is immers wat een dergelijke veiligheidsgarantie werkelijk betekent. Wie garandeert haar? Hoe wordt zij afgedwongen? En wat gebeurt er wanneer Rusland haar opnieuw test? Een garantie die slechts op papier bestaat, heeft weinig waarde. Maar een garantie die uitsluitend geloofwaardig is omdat het Westen bereid is rechtstreeks oorlog te voeren met Rusland, kan juist het risico creëren dat men met die garantie wilde voorkomen.


Toch verdient het idee daarom niet minder, maar juist meer aandacht.


Door de feitelijke bestandslijn niet noodzakelijk te beschouwen als een eeuwige nederlaag, maar als een mogelijke grondslag voor een bevroren grens met sterke westerse borging, zou de slachting mogelijk acuut kunnen worden stilgelegd zonder dat het voortbestaan van de Oekraïense staat wordt opgeofferd. Een dergelijke regeling zou waarschijnlijk noch rechtvaardig noch bevredigend aanvoelen. Misschien is dat juist de reden waarom zij politiek zo moeilijk te verkopen is.


Maar vrede is zelden het resultaat van een regeling waarin iedereen krijgt wat hij moreel het liefst zou willen.


Soms bestaat het verschil tussen een nederlaag en een compromis slechts uit de woorden waarmee wij het achteraf beschrijven.


De huidige status quo is een beklemmende spagaat waarin wij onszelf gevangen houden. De politieke retoriek, de soms overdreven cijfers, de strategische inzet van drones en de nucleaire afschrikking zijn allemaal elementen in een wanhopige poging om tijd te kopen op een bord dat in belangrijke mate is vastgelopen.


Misschien is tijd inderdaad wat nodig is. Misschien veranderen de omstandigheden, verzwakt een van de partijen, verandert de politieke wind of ontstaat er alsnog een militaire doorbraak. De geschiedenis kent genoeg voorbeelden waarin een situatie die jarenlang onveranderlijk leek plotseling kantelde.


Maar daarop hopen is nog geen strategie.


Zolang wij de geldkraan blijven opendraaien zonder een reëel eindscenario voor ogen te hebben, lopen wij het risico een uitputtingsslag te financieren die het land en zijn bevolking dag na dag verder afbreekt. Dat betekent niet dat steun daarom onmiddellijk moet worden beëindigd. Het betekent wel dat steun niet langer als strategie op zichzelf kan worden beschouwd.


De werkelijke vraag is daarom niet alleen hoeveel geld, wapens of politieke steun wij bereid zijn te geven.


De werkelijke vraag is wat wij ermee hopen te bereiken.


Als het antwoord is dat Oekraïne daarmee een betere onderhandelingspositie moet krijgen, dan moeten wij ook durven nadenken over hoe die onderhandeling eruitziet. Als het antwoord is dat Oekraïne uiteindelijk zijn volledige grondgebied moet herwinnen, dan moeten wij eerlijk zijn over de vermoedelijke prijs, de tijdsduur en de risico's. En als het antwoord is dat Oekraïne vooral moet voorkomen dat Rusland verder oprukt, dan moeten we erkennen dat ook dat een vorm van strategische doelstelling is — en niet hetzelfde als volledige overwinning.


De klok tikt ondertussen onverstoorbaar door.


De werkelijke beslissingen worden vooruitgeschoven, terwijl iedere partij hoopt dat de toekomst haar gunstiger gezind zal zijn dan het heden. Misschien is dat verstandig. Misschien is het lafheid. Misschien is het beide tegelijk.


En in de tussentijd betaalt de mens op de grond met zijn leven de rekening voor ons onvermogen — of misschien onze onwil — om te bepalen wanneer volharding nog een principe dient en wanneer zij slechts het uitstellen van een onvermijdelijke keuze is.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Van Systeemdwang naar Burgerzorg: Hoe AI, Holochain en Eigen Regie de Gezondheidszorg Hervormen

The Transformation of the Self: From the Knowledge Economy to the Relationship Economy and Data Sovereignty

Be water.